powemacatlog.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste artikelen
blauwe vlinders

handgrote blauwe vlinders fladderen door mijn dagen

ooit roestigbruine rupsen met haren overdekt kropen zij kniehoog door

het struikgewas rolden zij schaterend de takken af

waren zij weken weg om onverwachts terug te keren in hun pauwentooi

soms is er weer een vlinderplaag goedmoedig aangewakkerd door de ochtendzon

die golven grote blauwe door de ether stuwt

verwachtingsvol spreid ik mijn armen uit

ontvang de ballerinas in hun tutu

lichtgevend in hun gloedvol kleurenkleed

tussen mijn grage vingers

waar ze behendig glippen in de verstilde zonnebanen

nooit verkillend

in dit tropisch samenzijn

 

 

Cat 9/3 007

 
Lees meer...
 

“Hij is niet meer, hij is nog hier”

Zo werd Clark Accord steeds herdacht door familie, vrienden en bewonderaars die de presentatie van zijn postume roman bijwoonden.

Het Theater van het Woord van de OBA, de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, was vol gestroomd met kleurrijke fans van de onlangs overleden schrijver, die meer dan levensgroot op de foto prijkte, die op het podium werd geprojecteerd. Clark keek glimlachend neer op de menigte, vanaf de omslag van zijn boek. Hij was er.

 

De tafel met diverse familiefoto’s in lijstjes en Surinaamse vruchten,

met op de voorgrond drie met kleurige linten versierde exemplaren van zijn boek straalde zijn sfeer uit. De drie zangeressen in koto completeerden het beeld van exotisch Sranan en de plantage.

 

In de toespraken weerklonk de bewondering voor deze veel te vroeg overleden schrijver van Surinaamse folklore. Ik herinner mij het enthousiasme waarmee hij mij in november vorig jaar vertelde van de roman die hij over zijn familie schreef. Ik zei hem dat ik het graag zou lezen. Hij lachte en zei: ”Wacht maar, het komt er aan!”

Dat hij niet meer bij de presentatie zou zijn, had ik niet verwacht.

Of was hij er toch.....?

 

cat 29/10/2011

 
Lees meer...

Al jong merkte ik dat mijn humeur drastisch leed als ik niet snoepte.

Ik werd dan chagrijnig en nors. Kreeg ik daarentegen een lekkernij, dan straalde ik en werd ik weer goedlachs en vrolijk. Ik maakte grappen en iedereen genoot van mijn humor. Dan maar mollig, besloot ik.

 

Ik ontleende het voorbeeld aan mijn moeder en tantes, die allemaal gezellig dik en vrolijk waren. Zij kwamen op zondag vaak bij elkaar met afgedekte schalen zelf gemaakte lekkernijen, die ze vrolijk babbelend of schaterlachend uitwisselden.

Ik zat graag bij hen en genoot mee. Mijn slanke zusje keek mij minachtend aan en deed haar balletoefeningen. Ze at een bakje yoghurt, even zuur als haar humeur.

 

Toen ik in de rolstoel terecht kwam moest ik regelmatig haar goede raad aanhoren. Dat ik moddervet was en dat zou merken. Ik voerde aan dat ik drie maal per week optimaal beweging had, dinsdag en donderdag te paard en zaterdag in het zwembad en daarbij al mijn spieren gebruikte. Ze trok haar buikje in, rechte haar rug en verdween op de fiets. In de stromende regen, een nieuwe verkoudheid tegemoet.

Ik keek haar na en zette een kopje thee. Nam er twee koekjes bij. En genoot.

 
Lees meer...
Familie in de Andes.
Dona Tomasa is Isabel haar overgrootmoeder. Isabel is in 1977 bij haar in huis geboren, hoog in de Andes in het dorpje Vila Vila.
Ze zagen elkaar voor het eerst weer, nadat Isabel terug was in Bolivia,in 1994.
Bel was toen 17 jaar.
 
Wij waren op reis in Bolivia en Peru, om de kinderen hun landen te leren kennen. We reisden zo veel mogelijk met openbaar vervoer. Treinen bussen, taxis, vrachtauto’s, wat we maar konden vinden. De bevolking was vriendelijk en behulpzaam. Nu eens zaten we op een zak aardappelen, dan weer werd er een kind bij ons op schoot gezet. Ze babbelden gezellig, zelfs al verstond je het Quechua of Aymara niet en boden je fruit of empanadas aan. Het is de beste manier om land en volk te leren kennen.
 
In de yungas ontmoetten wij op een dorpsfeest heel toevallig een broer van Isabel’s vader en zijn zoon, haar broertje Ramiro. De volgende dag klommen wij met een heel gezelschap familieleden de berg op naar boven. Na zeven uur stevig klimmen waren we in haar geboortedorp, een klein groen dorpje, bovenop een bergzadel, omgeven door wolken.
Wij bleven er op hun verzoek drie dagen en maakten kennis met veel familie. Ooms, tantes, neven, nichten en tien halfbroers en zusjes, die allemaal op Isabel leken.
 
Dona Tomasa was een vriendelijk vrouwtje met twee lange grijze vlechten. Zij ging voor ons koken en liet Isabel de wollige cavia’s, cuy genoemd, zien, die in het keukentje stoeiden. Later kregen wij een bord witte mais met knapperig gebraden boutjes, de "cuy", als echte Andesdelicatesse .....
 
 
Lees meer...
 

BINGO!

 

Dit wou ik wel eens meemaken. Een grote Bingo in Paramaribo.

Een vriendin verkocht kaarten voor een benefiet in Groen Dyari

tbv het interieur van de Petrus en Paulus Kathedraal.

 

De hele straat rondom stond vol auto’s en men keek verontwaardigd,toen ik aan
kwam rijden in een ordinaire taxi, tot zij mijn rolstoel zagen.

Het partijgebouw plus aanleunende tent gonsde van de meer dan duizend vrouwen en een handjevol mannen, die verwachtingsvol aan lange tafels zaten samengeperst.

De organisatie had echter een plekje vooraan voor mij gereserveerd, zoals op twee kartonnetjes stond te lezen, dus liet ik mij daarheen voeren.

 

Hier had ik meteen het volle gezicht op pater Esteban Kross van het RK Bisdom

en spelleider Henk van Vliet, die wekelijks op T.V. is met zijn praatprogramma.

De plankjes konden gekocht worden. Ik vond twee genoeg, maar er waren dames

met acht tot tien. exemplaren. Duidelijk professionals die gingen voor de grote prijzen, die op het podium te kijk stonden. Een volautomatische wasmachine, een vierpits- gasfornuis, een dubbele koelkast, een reis naar Amsterdam en een snelle brommer, die een kennis Pater Kross had zien aanschaffen. Er was nog veel meer te winnen, het podium stond vol en er was ook nog een loterij. Dat beloofde wat.

 

Pater Kross ging voor in het gebed, het was immers een bingo voor de Kathedraal en het spel kon beginnen.

Direct bij aanvang bleek al dat de geluidskwaliteit van de microfoons niet optimaal was, zodat je de spelleider slecht kon verstaan. Er werd gemord: “Vervang die man! Hij is niks waard!” Maar die klachten werden overschreeuwd door het enthousiasme van de spelers. die ijverig de nummers herhaalden.

De prijzen vlogen weg. Binnen vijf minuten werd er al “Bingo!” geroepen.

Een van de weinige mannen kwam maar liefst drie maal naar het podium, streng begluurd door wat achterdochtige, minder fortuinlijke spelers.

 

Al snel zoemde het in mijn hoofd van de stemmen, het gekraak van de microfoon, gepraat en gelach, geroep en de cijfers buitelden over elkaar heen. Ik liet mij zwakjes meevoeren door de bingostroom en dacht: ”Dat was eens en nooit weer....”

Maar mijn tafelgenoten zaten met glinsterende ogen en ijverige vingers hun plankjes te bespelen. Zij genoten zichtbaar. We moesten nu eens een H, dan weer een P of een O vormen, als variant op een vol plankje, ter ere van de heilige Petrus en Paulus Kathedraal, Onze Heer, zodat God ook aanwezig bleef op deze gezegende bingo.

 

Gebroken verliet ik na vier drukke uren Groen Dyari. De plotseling op razende sibibusi was toen al weer voorbij getrokken. “Bingo!” riep ik enthousiast.

 

 

 
Lees meer...

Tante Juul

 

Tante Julie Brouwn was een dierbare vriendin van mijn moeder uit haar verpleegsterstijd. Net zoals ik op school bevriend was met haar nichtje, haar broers kind Erna Rinia, die wij liefkozend Brouwna noemden.

 

Tante Juul kwam in Groningen wonen in de jaren ’60 en wij genoten van haar aanwezigheid. Ze maakte lekkere hapjes, slaatjes, koeken, kippenboutjes etc. en bracht die altijd langs om “ te laten proeven”.

 

Zij had jaren op Curacao gewoond en gewerkt en vertelde daar smeuige verhalen over of liet kleren overkomen, die zij ons liet passen, zoals haar Guatemalajasjes, waar wij nog jaren plezier van hadden. Of bandeaus met aangenaaide oorringen, ringkammen en meer van dat soort spul.

De jongens kregen EP-tjes met muziek.

 

De verhalen over haar zus Mine en Paatje Douglas en hun muzikale kroost waren ook

legendarisch en inderdaad werden twee van hen zeer beroemd. Maar hoe zij begonnen was natuurlijk zeer authentiek.

 

Wij waren dol op tante Juultje die altijd mee ging op vakantie, zoals die zomer dat Cathrien en ik slaagden voor de HBS en Ma een mooie bungalow op Schiermonnikoog huurde en er met ons heenging met Elly en Pam. Wij hadden er een geweldige tijd en tante Juul kookte de lekkerste hapjes. Ma had toen al veel last van reuma en was blij met die hulp.

 

Het leukst was het als tante Juul bijvoorbeeld vertelde dat ze een “flat tyre” had en haar auto naar de garage liet slepen en dat met veel gebaren demonstreerde.

“Boy, have I a flat tyre?” “Yes mam!” riepen mijn broers dan in koor.

 

Tante Juul ging met Ma en Nell met de bus naar Oostenrijk en werd daar belaagd door een verliefde kippenboer uit Groningen, die wel wat in dit vrolijke weeuwtje zag. Zij echter niet en toen hij haar thuis kwam opzoeken, had zij hem hardhandig de deur gewezen. “Ik ga niet met een mandje eieren de deuren langs!” zei ze verontwaardigd tegen Ma. Ze bleef haar gestorven soldaat die haar een mooie zoon had geschonken haar levenlang trouw en praatte altijd vol liefde over hem.

Zij was dol op haar kleindochter Julietje.

 

Tante Juul overleed onverwachts aan een hartstilstand. Zij wilde niet in een rolstoel terechtkomen, zei Ma treurig. Wij huilden om die lieve vriendin, die er nooit meer zou zijn. Haar vrolijkheid was zo aanstekelijk.

 

cat 8/011

 

 
Lees meer...

De schoonheid van de rivier

 

De boot snijdt met de punt door het donkere spiegeloppervlak van fijn craquelé,

links en rechts aan de zijkanten fijne zilveren stralen als ijspegels opwerpend.

Tegelijk sproeien fijne druppeltjes verkoelend op mijn hete armen.

De zon is fel op dit middaguur wanneer wij Atjonie verlaten temidden van de drukte van andere boten die naar de bovenloop van de Surinamerivier varen.

 

De meeste zijn gevuld met bakra’s die de meest nabije dorpjes bezoeken of de iets verdere resorts die nog een zekere luxe hebben. Wij zijn echter al elf jaar op zoek naar de meest primitieve traditionele vorm van overleven en durven het aan minstens vier uur verder te gaan over grotere en kleinere sula met onze ervaren bootsman Sami,

die feilloos de onderwater rotsen omzeild.

 

Mijn rolstoel is weliswaar vastgeklemd met een houtblok maar helt toch links en rechts mee met de bewegingen van de boot. Gelukkig ben ik een ervaren ruiter en kan ik met de bewegingen meebuigen. Voorbijvarende korjalen vol mensen met zwemvesten aan zetten grote ogen op als zij mij zo hoog en relaxed zien zitten in mijn rolstoel.

 

Het is puur genieten op het water van de rivier die zich nu eens heel breed voor ons uitspreidt, dan weer zich smal door een kreek wringt aan weerszijden van een groen eilandje, dat men hier “paati” noemt. Wij verlangen naar onze eigen Masia Paati, waar de mannen vijf huisjes voor ons hebben gebouwd, met een minimum aan luxe. Traditioneel met houten wanden en kunstig gevlochten daken van palmbladeren, die zelf bij de hevigste regenbui geen druppel water doorlaten en koel wuiven in de felle zon. Ik heb een kleine veranda die uitkijkt op de rivier, waar ik kan zitten eten, mijn boeken schrijf en koffie of een glaasje rum drink als de maan vol is en er duizenden sterren twinkelen in de inktzwarte hemel. Dat zie je niet in de stad. Ik luister naar de rustige diepe stem van Biga die verteld over de rituelen en culturele gewoonten.

 

Deze avonden geven ons de kracht en het verlangen keer op keer de voor mij best zware tocht te ondernemen. Ik doe er veel inspiratie op en geniet. Soms nemen we vrienden en familie mee, maar het liefst zijn wij hier samen met de plaatselijke bevolking, reeds jaren onze bloedbroeders. De vrouwen, mijn sisa, hurken op de lage bankjes en vragen:”yu weki no?”

 “ Ay. mi weki tanga!”

Ze koken voor mij, wassen mijn kleren, vlechten mijn haren, vertroetelen me met de liefde van zusters.

 

Ik ontwaak graag, met de zachte nevels die de rivier sluieren en verjongd doen oprijzen in het ochtendlicht, dat nog fris is. Kon ik maar een duik nemen, de wal is te hoog dit seizoen en ik moet het dus in de hut doen met een emmer warm water en een kalebas. Op de aangestampte lemen vloer, die snel droogt,  is het een heerlijk bad.

 

Kakaw heeft ook een ketel heet water voor thee of koffie.

We ontbijten met Saamaka brede, cassavebrood met pittige pindakaas.

Primitief ontbijtje aan de rivier.

De vrouwen doen er de was of de vaat.

Hun vrolijke gekwebbel vult de lucht en draagt ver over de rivier. Zelfs de zachtste stem is duidelijk hoorbaar aan de overkant.

 

Af en toe plenst een bootje naderbij, gepeddeld door een bekende, die komt buurten.

Ik krijg regelmatig bananen, cassave, bacoven en andere gaven van de kostgrondjes, die ik dankbaar aanvaard. Of een gevangen vis, tukunari, anyumara.

Frando snijdt kunstige bankjes en kleine kapasi , pagaaien voor me om mee te nemen als souvenir.

 

We maken weer de tocht naar de tapawatra van Dyumu, de kleine watervallen, begroeid met paarse pluimen en groene bladeren. De kinderen kunnen daar heerlijk zwemmen en ik zit tot halverwege mijn wielen in het water te genieten van het pootjebaden. We komen verbrand terug, maar het is niet pijnlijk.

De rivier heeft een helende werking op body and soul.

 

 

Het eilandje Masia Paati tegenover Masiakriki wordt bewoond door Mikael en zijn vrouw Elna. Zij hebben drie kinderen. De 10-jarige Asoko, en de peuters Kodjo en Apomba. Mikael beheert het eiland samen met Biga en Sami.

 

Masia Paati biedt ruimte voor 10 mensen, die twee aan twee een hut kunnen huren.

Je moet zelf je rijst en groenten meenemen en evt. vlees. Dan wordt er voor je gekookt in de Saramakkanse keuken op houtvuur of gas.

Hangmatten en klamboes zijn aanwezig. Baden doe je in de rivier.

Desgewenst kun je wandelingen maken in het bos, caiman bekijken, een zang-en dansavond bijwonen of een theatervoorstelling van de vrouwengroep.

De kosten zijn 40 srd per overnachting pp.

Inlichtingen bij Carry-Ann  tel. 06 221 79 131 of 898 60 11

 

 

 
Lees meer...

Vakantie op Commewijne

 

De monotone geluidjes van het veer Marataka, dat -pakkapakkapakka-, de rivier oversteekt en ons meevoert naar Meerzorg. We gaan logeren op Voorburg, Commewijne bij oom Bert Sanches en tante Emmy Ferrier.

 

Elke schoolvakantie is dit het hoogtepunt. Logeren in het grote houten plantagehuis met de andere kinderen, Leo en Stanley Ferrier, Ricardo Wong Fong Sang, Cynthia Ferrier, mijn broers Wim en Fritz en ik.

 

Nell gaat niet altijd mee. Ze doet liever andere dingen, wanneer wij als jonge honden over het erf en de grond er naast rennen, op onze buik op de steiger liggen om in het water de “zoutjes” te zien en de kleine krabbetjes uit de gaten te zien kruipen. Op blote voeten de hete zandweg af te lopen naar Zoelen of Tamanredjo met Javaanse vriendjes spelen. We plukken zure birambi die we met zout opeten, tot onze tanden zo zuur zijn, dat ze pijn doen. We eten telo en petjil bij de Javanen. We genieten.

 

Tante Emmy staat ons op te wachten.Ze probeert streng te kijken

.”Waar waren jullie?”

We moeten al lang eten. Oom Bert is er al op zijn motorfiets met de grote brede leren zadels. We mogen om de beurt een ritje mee. Hij lacht hartelijk en tilt ons een voor een achterop.

 

We moeten gaan baden. Het water is fris en koel. We slapen op de vloer op gevlochten papayamatten met alleen een laken. De jongens zijn nog lang bezig, bulderen van het lachen, vertellen yorka tori, tot zelfs tante Emmy het genoeg vindt.

“Zo, ga slapen, morgen is er weer een dag!” roept ze bij de trap. Vlugge voeten rennen door de kamer. Oom Bert lacht bulderend.

 

De volgende morgen zijn de jongens vroeg op. Ze fluisteren geheimzinnig, ze zijn wat van plan. Ik probeer ze uit te horen, maar ze ontwijken mij. Dat belooft wat.

 

Later op de dag verdwijnen ze een voor een in het hokje, waar Rene, de opgeschoten hulp huist. En dan rennen ze allemaal hoestend weer naar buiten gevolgd door een grote rookwolk. “Brand!” roepen ze door elkaar.

Tante Emmy komt al aanlopen.

“Allemaal naar boven! “zegt ze streng. Ze grijpt Leo bij zijn arm. Hij moet alles opbiechten.Hij aarzelt maar zijn gevoel voor rechtvaardigheid overheerst.

Het komt er op neer, dat ze een pakje met twee sigaretten van oom Bert hadden gevonden en in het hokje van Rene gingen oproken. De sigaret viel en Rene’s kleren vlogen in brand.t Tante Emmy is boos.”Weet je wat er had kunnen gebeuren?” waarschuwt ze de kwajongens. En nu heeft Rene geen kleren meer.

De jongens kijken schuldbewust. Ze roepen door elkaar dat zij het niet meer zullen doen.

 

 Cynthia en ik zitten gierend van het lachen op het balkon. Morgen hebben ze weer een andere streek uitgehaald.

 

Dit is de vakantie van de jaren ’50 toen zwarte dienstmeisjes nog Blanche heetten, en je een stang ijs in een kist met zaagsel  koud hield, je de koolpot waaierde met de driehoekige rieten waaier en je pofmouwtjes met rikrak versierd werden.

 

cat 24/8 011


Lees meer...
Sweet tooth
 
Al jong merkte ik dat mijn humeur drastisch leed als ik niet snoepte.
 Ik werd dan chagrijnig en nors. Kreeg ik daarentegen een lekkernij, dan straalde ik en werd ik weer goedlachs en vrolijk. Ik maakte grappen en iedereen genoot van mijn humor. Dan maar mollig, besloot ik.

 

Ik ontleende het voorbeeld aan mijn moeder en tantes, die allemaal gezellig dik en vrolijk waren. Zij kwamen op zondag vaak bij elkaar met afgedekte schalen zelf gemaakte lekkernijen, die ze vrolijk babbelend of schaterlachend uitwisselden.

Ik zat graag bij hen en genoot mee. Mijn slanke zusje keek mij minachtend aan en deed haar balletoefeningen. Ze at een bakje yoghurt, even zuur als haar humeur.

 

Toen ik in de rolstoel terecht kwam moest ik regelmatig haar goede raad aanhoren. Dat ik moddervet was en dat zou merken. Ik voerde aan dat ik drie maal per week optimaal beweging had, dinsdag en donderdag te paard en zaterdag in het zwembad en daarbij al mijn spieren gebruikte. Ze trok haar buikje in, rechte haar rug en verdween op de fiets. In de stromende regen, een nieuwe verkoudheid tegemoet.

Ik keek haar na en zette een kopje thee. Nam er twee koekjes bij. En genoot.

 


Version:1.0 StartHTML:0000000265 EndHTML:0000005830 StartFragment:0000002859 EndFragment:0000005794 SourceURL:file://localhost/Users/carry-anntjong-ayong/Desktop/Al%20jong%20merkte%20ik%20dat%20mijn%20humeur%20drastisch%20leed%20als%20ik%20niet%20snoepte.doc

 

Al jong merkte ik dat mijn humeur drastisch leed als ik niet snoepte.

Ik werd dan chagrijnig en nors. Kreeg ik daarentegen een lekkernij, dan straalde ik en werd ik weer goedlachs en vrolijk. Ik maakte grappen en iedereen genoot van mijn humor. Dan maar mollig, besloot ik.

 

Ik ontleende het voorbeeld aan mijn moeder en tantes, die allemaal gezellig dik en vrolijk waren. Zij kwamen op zondag vaak bij elkaar met afgedekte schalen zelf gemaakte lekkernijen, die ze vrolijk babbelend of schaterlachend uitwisselden.

Ik zat graag bij hen en genoot mee. Mijn slanke zusje keek mij minachtend aan en deed haar balletoefeningen. Ze at een bakje yoghurt, even zuur als haar humeur.

 

Toen ik in de rolstoel terecht kwam moest ik regelmatig haar goede raad aanhoren. Dat ik moddervet was en dat zou merken. Ik voerde aan dat ik drie maal per week optimaal beweging had, dinsdag en donderdag te paard en zaterdag in het zwembad en daarbij al mijn spieren gebruikte. Ze trok haar buikje in, rechte haar rug en verdween op de fiets. In de stromende regen, een nieuwe verkoudheid tegemoet.

Ik keek haar na en zette een kopje thee. Nam er twee koekjes bij. En genoot.


Lees meer...

Astor wordt weer mooi .

 

Astor is een pekinees. Net als de talloze, zeer geliefde langharige mini-hondjes

in Suriname, loopt hij er al tijden zeer onverzorgd bij. Niet omdat zijn baasje niet van hem houdt. Het is meer uit wanhoop. Hoe krijg je die uit dichte klitten bestaande, vervilte vacht weer los en schoon? Die moest al sinds hij een puppy was regelmatig gekamd, ontwart, gewassen en gedroogd worden. En dan elke drie maanden getrimd, bijgeknipt, door een deskundige hondentrimster. Dat zou iedere hondenbezitter in Suriname moeten weten. Vooral die van pekinezen als Astor.

 

Er is echter maar 1 hondentrimster in Suriname en die is altijd bezet.

Astor heeft geluk. Zo’n deskundige is ook mijn dochter, die naast vele andere kwaliteiten ook een opleiding honden trimmen telt. Zij logeert bij ons en bood aan Astor professioneel te verzorgen.

De behandeling duurt 5 uur. De klitten worden weg geknipt. De haren voor zo ver mogelijk, gekamd en met de speciale tondeuse kort geschoren, weer bijgeknipt.

Daarna wordt Astor gewassen en gedroogd. Inmiddels zijn de ontstoken oogjes en oren goed gereinigd. De nageltjes zonodig geknipt.

 

Astor is blind aan het ene oog. Hij had als pup een ongeluk met een stok. Met het andere oog ziet hij maar voor een deel. Toch rent hij als  een jonge hond vrolijk over het erf achter zijn dochter Mini aan. Zij spelen “schuiltje”, vangen beestjes, happen in de bladeren van planten, rollen in het zand. Nu ook de lange haren voor zijn ogen kortgeknipt zijn, zie ik eindelijk een mooi bruin oog. Het oude mannetje blijkt een mooi bruinwit hondje en kilo’s slanker te zijn.

 

Morgen wordt Mini onder handen genomen. Dan kunnen ze lekker licht en luchtig door de tuin dartelen. Astor en Mini. Twee gelukkige, verzorgde hondjes.

 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl