powemacatlog.punt.nl

Hoe ik zeventig werd.

 

Het warme water klatert over mijn schouders en maakt mijn spieren weer soepel.

De geur van de badlotion is anders dan de bloemen, bladeren en kruiden, die mijn moeder vroeger in de teil deed als wij examen deden, gingen trouwen of bij een bigi yari. Maar hier in Holland moet ik het maar zo doen. Ik zing er de kerkliedjes uit mijn jeugd bij, voor de sfeer.

 

De familie is al naar het zaaltje met geheimzinnige tassen vol versieringen en andere verrassingen. Ik kan mij rustig optutten, mijn haren borstelen. Straks helpt Wim mij in mijn feestjurk en hoed. Ik kies voor zwart en zilver, passend bij mijn eerbiedwaardige leeftijd. “Jij bent niet oud!” roepen mijn kinderen, mijn vriendinnen, en nee, het voelt niet ouder dan jaren geleden. Je blijft zo oud als jij je voelt. Het beeld in de spiegel lacht naar mij. Een beetje spottend.

 

Wim is terug. Alles loopt op rolletjes. Hij heeft Nel van de catering geholpen de pannen en potten naar de keuken te brengen. “Het ziet er prima uit”, zegt hij tevreden.

Mijn zus is ook al langs geweest, zenuwachtig pratend en regelend. Mijn dochter en zoon zorgen voor de rust.

 

Ik glijd in mijn jurk en ga voor de spiegel zitten voor de ingewikkelde angisahoed, die Celestine Raalte jaren geleden voor mij heeft ontworpen. Ik ben er dol op, het geeft mij iets van mijn roots terug.

 

De auto is vol met dozen, kratjes, tassen. Zo vol, dat wij mijn rolstoel vergeten en ik aan de arm van Wim naar binnen moet strompelen, aangestaard door de reeds aanwezige dames. Het zaaltje is geheimzinnig verlicht met kleine veelkleurige lampjes. Ik laat mij in een leunstoel zakken en neem de brasa in ontvangst.

De zaal stroomt vol en het wachten is op de dominee die belt dat zij in een file zit.

 

De dankdienst wordt bijgewoond door ruim 40 mensen. Ds Banai-Gaaikema maakt mij haast verlegen door de lof die zij mij toezwaait. Er wordt veel gezongen en Nel Dahlberg geeft een prachtige solo uit het Ariasingi boekoe dat nog van mijn grootmoeder is geweest.

De grootste verrassing vormen mijn broer Fritz en zus Pam, die over zijn gekomen uit Suriname en Engeland....!!

 

Na de zegening verspreiden de gasten zich over het zaaltje tot de zware tonen van de tuba “Kopro T’toe” en de hogere saxofoon iedereen enthousiast doen meehossen. Ik ben dol op die gedeukte glimmende koperen blaasinstrumenten die in Suriname, verjaardagen, begrafenissen en andere feesten begeleiden. Mijn hart bonkt mee in de maat van de oude liederen. Dit is een echte bigi yari, zoals ik die heb gewenst.

 

De rest van de middag wisselen vrienden zich af op het podium met toespraakjes of

een kort optreden van Bubbles Toorop op de gitaar.

Denise Jannah verrast mij met een prachtige ode aan Suriname, Raj Mohan zingt een Sarnami vertaling van een gedicht van Shrinivasi, Joan Ferrier en Lydia Emanuels met oden aan de vriendschap en Gisela Brewster met een gedicht over sterke vrouwen. Mijn kinderen sluiten af met een loflied op hun moeder, die zij mij als CD aanbieden.

Mijn oproep om een bijdrage te geven voor een paard voor kinderen met een beperking in Suriname, brengt bijna 2000,- Euro op. Mijn project zal dit jaar zeker lukken.

 

De heri heri met bakkeljauw, onze Creoolse maaltijd smaakt iedereen uitstekend en de Surinaamse koeken gaan er goed in. Het is heerlijk om zo zeventig te mogen worden

temidden van al mijn familie en vrienden.

 

cat 1102 2011

 

 

 
Lees meer...
Majoie Hajary en familie
 
 

De familie.

 

Ze had maar een dochter, Carolina Beatsheba Andresa Essed. Verder had ze zeven zonen en waren er een paar babies vroegtijdig gestorven in het kraambed.

Maar haar Willemientje was haar gudu.

Ze was flink en intelligent, vrolijk en opgewekt. Carolina had graag meer van zulke dochters gehad.

Al vroeg ging Willemien na school werken en hielp  ze de jongere broers grootbrengen.

Die waren dol op zus Mien, die tegen alle verwachtingen in, trouwde met een Hindoestaan, een vooruitstrevend economisch expert, die zijn handtekening op nieuwe bankbiljetten mocht zetten. Wij, de neefjes en nichtjes, kregen allemaal een gesigneerd tientje van hem. Hij was bovendien erg muzikaal en speelde viool. Paake werkte bij het Ministerie van Financien en was Statenlid.

 

Ze kregen drie beeldschone dochters, begaafde meisjes,

even muzikaal en creatief in dans en theater als de trotse ouders.

Maake en Paake vormden een centrum van gezelligheid en feesten in hun hoekhuis aan de Grote Hofstraat 1, met het balkon rondom.

 

De dochters.

Majoie Marie, Rieke, genoemd, was de oudste van de drie.

Zij werd geboren op 16 augustus 1921 te Paramaribo, en was de trots van haar jonge ooms. Op de familiefoto’s zie je hen allemaal gegroepeerd rond Ouma Carootje.

 

Al jong bleek ze zeer muzikaal en werd ze naar Nederland gestuurd waar ze aan het conservatorium van Amsterdam piano en compositie ging studeren bij de docenten Wagenaar en Andriessen. In 1943 behaalde ze daar haar diploma en tevens de Eerste Prijs voor haar pianospel. Dit succes opende de wereld voor haar. Ze gaf concerten in Amsterdam, Praag, Wenen, New York, Caracas, Berlijn, en Tokio. Met haar Indiase uiterlijk was zij een opvallende verschijning in haar elegante kleurige sari.

De ooms waren lyrisch, de neefjes en nichtjes keken vol ontzag naar haar op als ze in Suriname concerten kwam geven. Zij was de trots van de familie, deze muzikaal begaafde grote nicht.

 

 

Recensies uit die tijd roemen haar talenten.

Haar vermogen de klassieke muziek van haar opleiding te verbinden met de veelkleurigheid van de muziek van haar afkomst, India, Africa, Zuid-Amerika. en ook de jazz. Als enige componist slaagde zij er in een transcriptie te maken van de Indiase ragas. Zij heeft er interessante LP’s van opgenomen. Zij was als pianiste bevriend met Alicia Larrocha. Het concertpubliek werd voortdurend geimponeerd door haar magistrale interpretaties van klassieke werken, de moeilijke toccata van Schumann, het concert opus 16 van Grieg, het 3e van Beethoven of het 1e van Liszt.

 

Nadat de jonge pianiste aldus reeds een zekere reputatie verworven had, kwam zij in 1948 op bezoek in Suriname, en gaf er, met groot succes, enkele recitals.

We hoorden dat zij in 1950 naar Parijs verhuisde, om compositie te studeren bij Nadia Boulanger et Louis Aubert (composition), Annette Dieudonné (contrepoint), et Yves Nat (piano),  waar zij in het huwelijk trad met de gelijknamige neef van de oorlogsheld en vliegenier Roland Garros, zoon van een bekende Franse industrieel en ondernemer,  die directeur  was van Air France.  Zij kregen een dochter Zita, en een zoon Sebastien.

Legendarisch zijn de verhalen in de familie.

Dat Roland zijn eigen vliegtuig bouwde op het balcon en daarmee naar Amsterdam vloog.

Dat Majoie en hij een speciaal hoedje hadden, dat zij opzetten, als ze niet aangesproken wilden worden, om privacy te garanderen.

Dat Majoie die voortdurend componeerde, de ooms en neefjes en nichtjes uitnodigde om haar composities te zingen. Zo werd bijvoorbeeld “Da Pinawiki fu Jezus” geoefend. dat zij schreef in de jaren zestig, met teksten uit de Srananvertaling van de Bijbel. De uitvoering hiervan werd met familie opgenomen en in de lijdensweek voor Pasen uitgevoerd.

 

Later bereisde zij met haar echtgenoot de halve wereld, verbleef in India op Madagascar, en Japan, maar keerde telkens weer terug naar Frankrijk, dat haar basis was geworden.

Door de gemeenschappelijke interesse voor yoga correspondeerde zij met de violist Yehudi Menuhin en kwam er toe hierover een boek te schrijven.

“Yoga voor de pianist”

Deze handleiding voor pianisten van uiteenlopend niveau heeft ten doel de dagelijkse studie tot een minimum te beperken. Door het oefenen van de vele yogahoudingen en technische patronen zal de pianist een solide techniek aanleren en zich op ontspannen wijze snel nieuwe muziekstukken eigen kunnen maken.

 

Yedhudi Menuhin zegt over dit boek:

‘Ik vind het heel interessant te zien hoe het principe van yoga kan worden toegepast op elke menselijke activiteit, in het bijzonder wanneer het fysieke, intellectuele en spirituele samengaan. De erkenning dat ons bewustzijn tot stand komt via onze zintuigen en ons lichaam is de belangrijkste bijdrage die yoga levert aan het westers denken, dat aanneemt dat ons lichaam louter een belemmering is voor ons denken. In werkelijkheid zijn lichaam en geest één en “denken” wij ons lichaam zoals ons lichaam onze gedachten leeft. (Uitg. Strengholt, paperback).

 

 

Samen met Roger Guerin schreef zij “La Passion selon Judas”, een groots werk.

In Surinaamse kring is een van haar bekendste werken  Perun-Perun, variaties op een bekend Surinaams kinderliedje. In 1994 voerde zij dit werk nog uit op een concert van het Surinaams Muziek Collectief in Den Haag.

 

“ Majoie Hajary is echter veel meer dan alleen de verbinding met haar geboorteland Suriname. Wie kennis neemt van haar indrukwekkende oeuvre, spreekt met recht over een Grande Internationale Dame.” zegt Anton Jie Sam Foek in een interview met haar.

Ze had een jet-set-achtig leven en reisde de hele wereld af met haar echtgenoot, terwijl ze muziek schreef en uitvoerde. Maar zij is altijd in de schaduw van de publiciteit blijven staan. “Alles wat ik doe, is voor Suriname, daar is mijn ziel en mijn ziel is in deze muziek”, zegt zij zelf.

 

John Leefmans schreef over haar:

“Bij het concert van het Centrum Nederlandse Muziek in de Beurs van Berlage in 1996, bracht de pianiste Marjès Benoist enkele van Hajary's piano-composities ten gehore.

Hajary heeft een groot aantal composities tot stand gebracht, waaronder een oratorium Da Pinawiki, en een kleine opera op haar eigen Franse tekst, oorspronkelijk geheten La larme d'or, maar sinds er een poëtische vertaling van bestaat in het Sranan, kan men dit werk beter Na Gowt' Watr' Ai noemen. Enkele andere composities zijn:

 

-Concert voor piano en orkest (eens uitgevoerd door het Amsterdams Concertgebouw Orkest);

- La Flûte de Jade (stem, 2 fluiten, altviool, cello);

- Speel Koto; - Liederen van de Gita Govinda;

- "La Passion selon Judas" (door CBS in 1975 opgenomen);

- Diverse "Raga S". (Over de Raga schreef zij ook: "La forme du Raga").

 

Het is ietwat ironisch, dat Hajary, die zich nooit heeft laten voorstaan op het feit dat zij Surinaamse is, die zelfs toestond dat men haar terwille van de publiciteit vaak als Indiase vermeldde en uitbeeldde, en haar roemde vanwege haar pogingen Indiase en westerse muziek te kruisen, dat juist zij in haar werk motieven en melodieën verwerkt uit de creoolse volksmuziek. Desondanks, en ondanks haar vroegere successen in de wereld, is het werk van Majoie Hajary met name onder Surinamers onvoldoende bekend. Helaas ontbreekt het aan de middelen om op afzienbare termijn bijvoorbeeld het oratorium of de opera te laten opvoeren, of een geacheveerde opname van deze stukken te laten maken.(18)

 

Haar nieuwste, in vier talen vertaalde opera, “la Larme d’Or”, De Gouden traan” werd enige jaren geleden in Montenegro opgevoerd

 

 

Er zijn ook CBS-grammofoonplaten met haar composities, waaronder “Requiem voor Mahatma Ghandi” en” Ragas in Tumri-style”.

 

Belangrijkste composities:

 

   * Concerto pour piano et orchestre : Hindoustani fantaisie (crée au Concertgebouw à Amsterdam). (éditeur: Broekmans&Van Poppel) . 1943;

   * Indoue Ballet (Washington, exécuté par Lilavati Yaquilar). 1946;

   * Lieder (en allemand) texte de Helle Von Heister Unesco Paris .1950;

    * Quatuor : Flûte de Jade . 1954;

   * Play Koto (Tokyo). 1965;

   * New Sound From India (CBS). 1967;

   * Requiem Pour Gandhi (CBS).1968;

   * Chants du Gita Govinda (Chants du monde) texte de Marguerite Yourcenar lu

       par Maurice Béjart. 1974;

   * Da Pinawiki – oratorio chanté tous les ans à Pâques à Paramaribo. 1975;

   * La Passion Selon Judas (CBS). 1975;

   * Variations 87X1.1976;

   * Blue Râga pour piano et orchestre. 1977;

   * La Larme d’Or – opéra en un prologue et trois actes. 1996;

   * Râga du Prince –“il ritratto dell’amore” interprété par Egon Mihajlovic et Jeremias Schwarzer, (Cybele).1999.

 

Publicaties:

 

   * "Le Yoga du Pianiste", Paris 1987, réédité en 1991 (Sedim éditeur) et traduit en néerlandais (Strengholt-Naarden, La Haye 1989);

   * "L’Art du Piano, une méthode à la portée de tous", Paris 1989 (Choudens éditeur,ID Musique);

   * "La forme du Râga", Paris 1991.

 

Meertalig als zij was, vertaalde zij ook diverse werken uit het Nederlands in het Frans:

 

   * La Planification du Professeur Jan Tinbergen, Prix Nobel (Univers de la connaissance-Hachette - Paris 1967);

   * Max Havelaar de Multatuli (Edouard Douves Dekker) premiére traduction en France (les précédentes étant belges) (éditions universitaires - Paris 1968);

   * Télémaque au village de Marnix Gijsen (éditions universitaires - Paris 1969);

   * Les plantes du monde de H. De Witt (Hachette, 3 tomes, Paris 1966-1968-1969);

   * Peuples et coutumes en voie de disparition : l’Afrique Noire de G. Pubben et C. Gloudemans (Grund-Paris 1979).

 

Fragmenten van een interview dat Benny Ooft van de Wereldomroep in de lijdensweek van 1972 met Majoie Hajary maakte, zijn op You Tube te horen..

Verder sprak Anton Foek met andere personen uit de Surinaamse muziekwereld, zoals Mavies Noordwijk, John Leefmans, Fine Kenswil en John Helstone. De gesprekken worden aangekleed met fragmenten uit het werk van Majoie Hajary.

 

Dat ook haar jongste zus Jetty Hajary, pianiste werd is minder bekend, al trad ook zij op in het CCS van de jaren ’50.  Zij was getrouwd met schilder-beeldhouwer Erwin de Vries en met dirigent Harmen Haakman. Zij woont al jaren in Canada met haar drie kinderen en is daar muziekpedagoge.

 

De middelste van de drie talentvolle zussen, Toetie Haiary, bekwaamde zich in klassieke Indiase dansen en werd tevens bekend als actrice. Samen met haar man Wim van Binnendijk trad zij vaak op in Theater Thalia.

Haar oudste dochter Ilse-Marie Hajary werd een bekende balletdanseres.

Ook de tweede dochter Chandra van Binnendijk werd bekend door haar vele publicaties over kunst en literatuur.

De twee jongste kinderen wonen in Nederland.

 

De familie Hajary zal echter nog lang  van zich doen spreken.

 
Lees meer...
 

Het water komt......!

 

Suriname, 1 februari 1953. Wij zaten met mijn vader en moeder, de vier oudste kinderen en oom Lenny Vasvoncellos op het achterbalkon. Het moet een uur of zeven,  acht ‘s-avonds zijn geweest, want we waren nog niet naar bed, behalve de jongste Pammeke, die 2 jaar oud was.

 

Mijn vader wees ons op de oranjerode maan, die als een vurige ballon in de hemel hing. Een volmaakte maansverduistering was op de radio aangekondigd. Springvloed. “ Dat betekent dat er ergens op de wereld een natuurramp gebeurt.” zei hij.

 

En hij had gelijk. We hoorden op de radio dat de dijken in Zeeland en Zuid-Holland waren doorgebroken en dat een deel van Nederland overstroomd was.

We volgden gefascineerd het nieuws. Dat kleine lage landje onder water.

Zouden al onze vrienden in Groningen ook verdrinken? Ik kon er niet van slapen.

 

Op school legde de juf uit, dat we zilverpapier moesten verzamelen en inleveren. Het was geld waard dat voor de slachtoffers van de stormramp bestemd was.

Mijn vader zat een comité voor, dat het papier inzamelde. Op onze grote zolder werd alles gladgestreken in een grote groene hutkoffer gedaan. Wij kinderen aten zo veel mogelijk chocoladerepen en vroegen alle rokende volwassenen om het papier uit hun sigarettenpakjes. Hoeveel de actie heeft opgebracht weet ik niet meer, maar het moest veel geweest zijn, als je de kartonnen dozen zag, die naast de hutkoffer  stonden.

 Een gevoel van trots vervulde mij: wij hielpen de slachtoffers in Holland!

 

Er kwamen hoorspelen over de ramp op de radio, waar wij ademloos naar luisterden.

De angst, de wanhoop, de strijd van de Zeeuwen was bijna voelbaar. Mensen die verdronken, terwijl ze op het dak klommen. Een jongen die gek werd en dacht dat hij een leeuw was, die het water op kon eten....  koeien, paarden die zwommen, tot zij verdronken. Zou dit de straf zijn, die hen overkwam omdat zij ons tot slaven hadden gemaakt? Zoals de farao van de Egyptenaren, gewaarschuwd door Mozes in het bijbelverhaal dat wij op school lazen....

 

Er werden ook mensen gespaard, na dagen op het dak gezeten te hebben, zoals bij iedere ramp op wonderbaarlijke wijze. Luctor et emergo, ik worstel en kom boven,

Die woorden bleven in mijn jonge hoofd hangen. Koningin Wilhelmina bezoekt het rampgebied. Een dapper, kordaat, dik ingepakt vrouwtje, met grote laarzen aan.

niet de elegante, statige vorstin van het standbeeld op het gouvernementsplein.

Dat betekende 1953 voor mij. Achtenvijftig jaar geleden.

 

cat, 1 februari 2011.

 

 
Lees meer...

 De Groene Picknicktafel

 

 

De Groene tafel werd een paar jaar geleden geplaatst in het Wilhelminapark, op loopafstand van het revalidatiecentrum. Van stevig FSC hardhout, ontworpen met twee inhammen, zodat rolstoelgebruikers tussen de andere gasten in zaten en niet zoals bij andere tafels een halve meter van de tafelrand af.

 De inauguratie was feestelijk, met veel gasten en de wethouder die vertelde dat de gemeente plannen had voor meer tafels in andere parken. De eenden in de nabije vijver bevestigden met luid gesnater zijn uitlatingen. De plek was goed gekozen, tussen de goedverzorgde struiken en planten, dicht bij het standbeeld van de oude koningin, die beschermvrouwe van het park was geweest. Ze was klein en leek dik in de lange bontjas en het platte hoedje dat over haar oren getrokken was. Niet de jonge slanke beeldschone vorstin, die vroeger op mijn plein prijkte tussen het groen, en later werd verplaatst naar de Waterkant.

 

 

Ik mocht met mijn gezin en wat vrienden de tafel inwijden, terwijl de televisie rondliep om ons van alle kanten te vereeuwigen. Mijn rolstoel paste naadloos in de inham. Wij hadden twee manden met lekkernijen meegebracht, een vrolijk geruit tafelkleedje en gebloemde bordjes. Mijn zus stalde de lekkernijen uit. Verse broodjes, gesneden donkerbruin brood, salades, potjes jam, franse kaasjes en paté.

De omstanders watertandden. Een thermoskan verse koffie, een fles witte wijn en een schaal aardbeien. De camera registreerde het allemaal.

 

 

Al gauw zaten wij naar hartelust te smullen, terwijl het publiek jaloerse blikken op ons wierp. Wij smulden achteloos verder, hieven het glas op de gemeente die de locatie voor dit smulfestijn mogelijk had gemaakt. Onze hond lag een eindje verder toe te kijken, terwijl de eenden en vogeltjes brutaler een stapje dichterbij kwamen.

 

Een week of wat later picknickte ik er weer met Remco, een rolstoel vriend en Jan.

Het menu was dit keer broodjes met sardinesfilet, ansjovisfilet, wat zalmhapjes, slagroomsoesjes en roomboterkoek in blokjes.

We smulden en nodigden een buitenlands stel, dat hongerig zat te kijken, uit om mee te doen. Ze durfden alleen koffie. Het was koud maar zonnig en we spraken enthousiast af alle provincies met Groene tafels te bezoeken.

 

Wij inaugureerden nog een tafel, dichterbij, in het Griftpark, maar deze had maar een rolstoelplek, zodat ik ver van Remco moest zitten. Ik beloofde bij de volgende picknick een cirkelzaag mee te nemen. De wethouder lachte zuur.

Vlakbij de speeltuin en de kinderboerderij werd hij veel gebruikt door moeders met hun kroost. Ik overwoog nog eentje bij mij thuis te laten plaatsen, maar de prijs weerhield mij. Een blad op schragen voldoet ook.

Ik vraag mij wel af, waarom de parken hier nooit voorzien zijn van vaste barbecueplekken, zoals je overal in het buitenland ziet. Hele families zitten daar de hele dag heerlijk in het gras te grillen en genieten van het warme weer en het buitenleven. Alles gaat er ordentelijk en vredig toe.

Nu zitten er wel eens clandestien een paar jongeren te grillen in de avondzon, tot ze door een parkwachter gemaand worden “op te rotten”. Dan beginnen ze pas te klieren en maken het anderen lastig. Nee, de regering heeft er al die jaren niets van geleerd.

 cat 5/8 010

 

 
Lees meer...
 

Passie voor paarden.

 

Het begon toen ik tien jaar was. Wij waren op bezoek bij mijn oom, die op Lelydorp, 15 km buiten Paramaribo woonde. Hij had net drie paarden gekocht.

 

Paarden zag je niet veel in Suriname; of het moesten de half muilezels zijn, broodmager, die het karretje van de melkboeren, afstammelingen van Groninger boeren trokken. Ezels waren er wel veel in de straten.

 

Maar oom Jopie had drie mooie paarden. Geen volbloed, maar mooi om te zien.

Tjallie en Binto waren hengsten. Bruin gekleurd. Maar Nellie was een mooie spierwitte merrie. Groot, slank , hoog op de benen. Ik viel als een blok voor haar.

Mijn reeds volwassen neef Ronald zag mij verrukt kijken en wenkte mij, gezeten op Tjallie. “Wil je haar aaien? Kom maar”. Met trillende benen liep ik naar het magische paard en ging op mijn tenen staan om haar te aaien. Nellie snuffelde aan mijn handen.

“ Mag ik ook rijden?” vroeg ik schuchter. “Ja hoor!” lachte Ronald.

Mijn broertjes, die op een afstand toekeken, riepen meteen: “Pappy zal je mores leren!”  “Ze durven zelf niet!” zei ik. “Maar ik wel!”

Ronald zadelde Nellie en hielp mij op het enorme dier.

Kaarsrecht als een amazone, zat ik op mijn droomdier. We reden het zandweggetje langs het terrein af in de richting van de dessa verderop.

Ronald begon te draven.

 “Goed je knieen vastklemmen”, zei hij. Goed zo!” Ik triomfeerde.

 

Toen schoot er een beestje de weg over en Nelly schrok. Ze begon te galopperen.

Harder en harder. Ik hoorde Ronald achter mij roepen  .” Hou je vast! “

Nelly zwenkte opzij een weiland in. Ik zag het hoge prikkeldraad op mij afkomen.

In een reflex ging ik achterover liggen. Nelly kon er precies onderdoor, maar ik voelde de draad mijn armen en mond openhalen.

Toen stond Nelly stil en ik gleed van haar rug op de grond. bloedend en geschrokken, maar ik stond recht op mijn benen. Ronald keek mij schuldbewust aan.

“Het geeft niet” zei ik.

We liepen naar huis terug.

Mijn tante kwam jammerend aan met dettol en watten. Achter haar zag ik mijn vader boos wenken. “Wat had ik gezegd?” zei hij streng. “Niet op die paarden!”

 

Het pak slaag deed meer pijn dan de wonden.

Maar de volgende week zat ik alweer op Nelly.

“Je bent een dapper meisje”, zei Ronald en dat was mijn grootste compliment.

 

Jaren later, toen ik in Groningen studeerde ging ik op rijles en genoot van de tochten door de Vosbergen. En ook in Utrecht reed ik als mijn budget dat toeliet. tot ik weer een flinke val maakte, doordat mijn paard in de bak begon te galopperen en mij eraf wierp.Ik had een flinke hersenschudding,  een paar gebroken ribben en een verstuikte hand. Mijn toen 9-jarig dochtertje Isabel, zag mij vallen en durfde daarna niet meer te rijden.

 

Tot ik na een hersenbloeding in De Hoogstraat terecht kwam. We moesten elke dag sporten. “Wie wil er paardrijden?” vroeg de sportleraar. Ik leefde op. Kon dat dan, als je half verlamd was? “Ik wil wel! “ riep ik overmoedig. Mijn kinderen waren bezorgd. “Ma dat ga je toch niet doen?” zeiden ze. Maar ik was vastbesloten. Iedere woensdag om 7 uur morgens liet ik mij in een busje naar de manege rijden en op een paard helpen. En ik genoot van de buitenritten. Het gevoel was er weer. Ik reed in weer en wind, hagel, sneeuw, alles vond ik heerlijk.

 

Na een paar jaar kwam ik bij de Prinses Maxima Manege terecht. Ik leerde van Petra rijden op Zerma en later op Indy, die helaas haar benen brak, toen ze in de wei liep en moest inslapen.

 

Daar was ook Florine, die hippotherapie gaf. Dat wilde ik ook proberen.

Dus nu rijd ik zonder zadel, zonder stijgbeugels of teugels en soms met mijn ogen dicht in de bak rond. Ik mag draven, met of zonder stijgbeugels. Mijn rug is recht en sterk en ik heb het evenwichtsgevoel van een acrobaat.

Ik voel me fit en soepel na een buitenrit, slalommend om de bomen, heuvel op, heuvel af. Ik ben meer mens op de brede rug van Flyer, de trouwe Tinker.

 

Volgend jaar word ik 70. Dan wil ik te paard door Spanje, naar Santiago de Compostela rijden. Om via sponsors geld in te zamelen, zodat kinderen met een beperking in Suriname ook kunnen rijden.

Zodat zij net zo kunnen genieten als  dat kleine meisje dat ik zestg jaar geleden was.


 

 

 
Lees meer...

Singineti en dedehoso

De zaal is groot, koud ongezellig. Het harde witte licht uit de TL-buizen maakt de gezichten grauw en ongezond. De vele rijen witte plastic stoeltjes dragen niet bij aan de sfeer.

Het is niet zoals Cecile was. De sfeer komt van de aanwezige mensen, die fleurig gekleed hun warmte over de kille ruimte verspreiden. Met gelach en gepraat, brasa en bosi. De familie wordt omhuld door een warme deken van affectie.Cecile had veel vrienden. Ondanks de laat op gang gekomen publiciteit hebben zij de weg naar Ons Erf weten te vinden,

De twee dames die met hun volume de singineti leiden hebben behalve de liederen een keur aan gedichten en schietgebedjes die ze onvermoeibaar op tafel werpen, wedijverend met de dichters Sombra, Tolin Alexander, Celestine Raalte en performers, die elkaar vrolijk en gevat interrumperen.

In de pauze is er anitriberi en bahmi en koude dranken'Later deelt men asogri en sukrértyi rond, zoals bij een dedehoso hoort.

De volgende dag is de begrafenis. Familie en naaste vrienden verzamelen bij het mortuarium. Cecile zal met muziek rond haar eigen huis worden gedragen. Ze ziet er prachtig uit. De dames van het mortuarium hebben haar deskundig opgemaakt. Zelfs de brutale uitdrukking op haar gezicht is authentiek en levendiger dan in maanden.. Zij is gekleed in een paars-rode zijden jurk, waarin wij haar niet lang geleden nog in zagen. Op haar hoofd heeft zij een kunstig gevouwen geruite angisa en zij is omringd door paarse en gele orchideeën en witte zakdoeken. Zij ziet er uit als een exotische vorstin, een grande dame, in haar met tembe , het Marron houtsnijwerk dat zij promootte, versierde kist.

Veel groten en notabelen maken hun opwachting President Venetiaan, de directeur van cultuur, Sidney Sidoel,parlementslid Yvonne Raveles, de vrouw van Dobru, Arie Verkuyl, de architect die haar huis ontwierp, Pim de La Parra, Er komt een bloemstuk van de president en echtgenote en van de familie D. Bouterse……Cecile was bekend in alle kringen.

Tolin Alexander houdt een bezielde monoloog, omlijst door saxofoonmuziek en pianospel van Liesbeth Peroti.En ik draag een speciaal voor de gelegenheid gemaakt gedicht voor, terwijl mensen uit de zaal haar gedicht “Dede kapelka” in drie talen brengemaar waar is de Schrijversgroep77? Waar zijn haar collega's van Crabasi, die zij zo geinspireerd leidde...... Slechts Asser die haar kist zo liefdevol versierde, is aanwezig
 
haar broer Glen en zoon Huub bedanken de aanwezigen met warme woorden.De kist wordt zingend en dansend op bazuinmuziek naar de open groeve gedragen. Het is een afscheid Cecile waardig.

Cat 3/3 2010

Lees meer...

Wie wil zo doodgaan.?

Als een bundeltje, stijf opgerold in een wit laken. Een mummie uit de oudheid. Alleen mijn gezicht steekt uit de plooien. Een oog dicht. Het andere half open met een spottende uitdrukking. Mijn mond open, alsof ik nog mijn laatste dorst wil lessen.

Ik ben nog lauw warm. Mijn trekken zijn vredig. Eindelijk rust na al die maanden van moeizame inspanning om gesprekken te volgen, te proberen mij te herinneren wie ik ben, wat ik deed. Mensen te herkennen die zeggen dat zij mij kennen. Soms zie ik een prettig gezicht en tracht ik de handen vast te grijpen, wil ik ze niet meer loslaten.

Duisternis overvalt mij steeds vaker. Dan opeens is het over.Grote ruwe handen ploffen mij op een verveloze houten baar in een betegelde ruimte.Stoere mannen praten over mij alsof ik er niet ben. Ik voel niks meer.

Twee mensen met treurige gezichten staan naast mij. De man snikt zachtjes. De vrouw streelt mijn voorhoofd met koele vingers.  Als ik kon, zou ik glimlachen

De stoere mannen sjorren mijn bundel omhoog op een andere brancard, die omlaag kan tot hij in het kleine deurtje past. Nummer 18 staat er op. Met een zwaai glijd ik de koude vrieskast in. Het deurtje sluit met een harde klap. De broeder steekt een papiertje in het venstertje.

Het is voorbij Dit was ik.

cat 22/2 2010

 

Lees meer...

Getuige

Steeds weer hetzelfde ritueel.

De militair roept naar beneden, in het trapgat ,in de rechtszaal :

" Verdachte Bouterse aanwezig?"

En van beneden roept een stem steevast:

"Niet aanwezig!"

De zitting vangt aan met de aamwezige getuigen.

Lilian Gonsalves Ho Kan You staat rechtop en zelfverzekerd in de getuigenbank. Ze legt de eed af, nadat zij zich heeft geidentificeerd. Een klein grijsharig vrouwtje.

Ik zie haar in gedachten nog als een schattig klein chinees meisje met pijpekrullen in een konijnenpakje op een van onze balletvoorstellingen. Nu staat zij daar als een oudere vrouw met een droevige levensloop.

Haar broer Milton, die in Utrecht onze buurman was, werd in zijn huis in Suriname vermoord. Dit werd nooit opgehelderd.

En op 8 december 1982 werd haar man Kenneth Gonsalves, die een neef was van onze buren, samen met 15 anderen opgepakt, mishandeld en vermoord.

Hoeveel leed kun je als vrouw verdragen.

Zij hield stand en jaarlijks hoorde ik haar op de herdenking haar verhaal houden.

haarstem verried de emotie die zij voelde. Maar dapper ging zij door.

Nu leest zij een tiental brieven voor, die Kenneth en de andere organisaties als de Moederbond aan de legerleider schreven met het verzoek om een dialoog, een vreedzaam overleg teneinde de democratische ordening in Suriname te herstellen.

Er kwam nimmer antwoord op. Tot slot werden alle betrokkenen uitgeroeid. Zo laf was het militaire gezag onder Bouterse. Zo laf is hij tot vandaag nog, dat hij de rechtszaal niet durft te betreden Onder het mom van onverschilligheid blijft hij weg.

Zij staat daar rustig, neemt de tijd, drinkt een slokje water, vraagt beleefd aan de rechter of zij verder mag gaan. Bij het verhoor klinken haar emoties door. Het is een schrijnend verhaal van een jonge vrouw, die haar man abrupt heeft moeten missen, zonder afscheid te kunnen nemen, met haar jonge dochter van drieeneen half.

De tranen springen in mijn ogen.

De advocaat van Bouterse, mr. Kanhai stelt loor de vorm nog wat vragen. Of zij wist van een samenzwering, of zij wist of haakmat wel eens bij haar man kwam. Zelfverzekerd ontkent zij alles. Zij is sterk, dit kleine vrouwtje. Zij is verrast als zij mij ziet. Ik omhels haar en zeg dat ik diep onder de indruk ben.

Kenneth zou trots op haar zijn.

cat, 16/2 2010

Lees meer...
Anitri traditie op Mariusrust

Vanmiddag hebben we tante Nelletje begraven op de begraafplaats Mariusrust.

Een echte Anitri beri, een traditionele Hernhutter begrafenis. Zij lag in de met lila satijn beklede kist in haar mooiste witte jurk, een met kant en strookjes versierd mutsje op haar hoofd. Tante Nelletje zag er vreemd en onbekend uit.We kenden haar zo niet. Dan is het moeilijk om afscheid te nemen. Maar een lichaam zonder ziel is geen mens meer.
 

Eerst was het urenlang zingen, alle Anitri singi die we nog van school en later uit de kerk kennen, begeleid door de drie bazuinblazers. Daarna de schriftlezing en preek en tot slot mijn gedicht. Toen werd de kist gesloten, de schroeven samen aangedraaid. De dragers kwamen binnen in blauw uniform met witte accenten en begonnen luid te zingen en te dansen. Sommige dames raakten in lichte trance, overmand door emoties.

 

 

De kist werd op de baar, bedekt met een paars kleed naar buiten gedragen en onder aanvoering van de leider swingden de dragers, een stuk of 10, met de kist over het terrein heen en terug met modo futu, schijnbewegingen, luid zingend en dansend. Het ging er wild aan toe, maar dat is de traditie om de boze geesten af te leiden.

 

 

Tot slot zongen ze "Jezus roept! "Ga je mee" en de stoet liep swingend achter hen aan over de begraafplaats naar de open groeve. Wij konden die met de rolstoel niet helemaal bereiken, maar je kon alles goed zien, vanaf een afstand. De kist werd in het graf gezakt, er werd faya lobi gestrooid en toen was het afgelopen.

 

 

Ik besefte dat ik nooit meer bij tante Nelletje op bezoek zou gaan, met haar zingen en lachen. Dat was een van de belangrijkste bezoeken die ik hier altijd aflegde. Een van de links met mijn jeugd. Wij worden echt oud. Een eeuw is voorbij.
 
cat 22/12/09 
 

 


Lees meer...

Kerst is hier vooral van lichtjes, lampjes in bomen, in tuinen, aan huizen.

Grote rode strikken overal en opvouwbare kunstbomen, want naaldbomen, dennen of sparren, nee, die zul je hier niet vinden.

 

Maar op het Onafhankelijkheidsplein staat een grote boom opgetuigd met snoeren lampjes en hebben kinderkoren reeds met engelenstemmetjes hun hymnen laten horen in keurig zwart-wit gekleed, de meisjes met prachtige vlechtjeskapsels of krulstaartjes.

 

Aan veel huizen hangen franjes lampjes, die wapperen in de wind en ornamenten van Benny’s Christmas Store, die het hele jaar door adverteert, maar nu de hele hoek heeft volgestouwd met kerstmobielen, os en ezel, die regelmatig omvallen en kerstmannen

in rode pakken.

Daar schommelt een Creoolse met een kerstmuts op, een nieuwe trend, die niet voorkwam in mijn kindertijd, toen zij uitsluitend de traditionele, keurig gesteven  angisa droegen. Paramaribo gaat met haar tijd mee.

 

Uit Nederland bereiken mij steeds sneeuw en ijs verhalen, verwondering over een tropenkerst, die zij zich niet kunnen voorstellen, maar die voor mij zo natuurlijk is als multicultureel eten en drinken, dansen op blote voeten en zwemmen in de rivier.

 

Kerst in Paramaribo, een warm nest.

 

cat 19/12

 

 

 
Lees meer...
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl