powemacatlog.punt.nl
MIJN KANKANTRI
 

Mijn kankantri....

 

Dit was de grootste kankantri die ik ooit heb gezien.

Een reus onder de reuzenbomen met een rechte metershoge stam en een brede regelmatig wijdverspreide kruin. De wortels vormden kamertjes en de uitlopers

liepen meters ver onder de grond om hier en daar als omgevallen boomstammen weer boven te komen en vervolgens weer te verdwijnen. Tot ver in de omtrek kon je deze reuzenboom zien. Als je uit de stad aan kwam rijden over het toenmalig Pad van Wanica, zag je hem al kilometers van te voren.

 

Bergershoop, vlak voor Lelydorp.

Neficawipa had mijn vader het terrein gedoopt, dat hij in de jaren vijftig aanschafte en dat sindsdien door ons gezin, later door mijn oudste broer en zijn gezin wordt bewoond en dat  nu tevens een onderkomen is voor vele Surinaamse kindertjes.

 

Mijn kankantri werd als religieus symbool aanbeden door mensen ver in de omtrek. De tekenen hier van zagen wij dagelijks onder de boom liggen. Bordjes eten, flessen drank, geld. Als kind begrepen wij dit niet ten volle en mijn broers waren enthousiast over de vondst. Tot een oudere neef ons uitlegde wat de betekenis hiervan was. Geheimzinnig vertelde hij van de rituelen die ver naar binnen op de Bergershoopweg

plaatsvonden. Maar Pa verbood ons er heen te gaan met neef Humbert. die alles durfde en overal “boorde”. Wij waren te jong. acht, negen, tien, elf..... “Niks er van. Ik wil het niet hebben!” waarschuwde hij. We keken elkaar teleurgesteld aan.

Pappy’s wil was wet.

 

Ik bleef dromen van mijn grote vriend, de kankantri en speelde tussen de wortels.

We kerfden onze namen in de stam, verdeelden de kamertjes, verstopten daar onze kostbaarheden. Maakten foto’s en genoten de bescherming van onze reus.

 

Iedereen die op bezoek kwam keek vol ontzag omhoog. “Zo’n grote boom.....!”

Wij waren trots op onze boom. Op veel kindertekeningen is hij te zien.

Een boom is meestal vrouwelijk in Suriname.  voor mij was het soms een vrouw, soms een man. De Mamabon, de Bigi Masra .

 

Wij viertjes gingen een paar jaar later naar Nederland op school. Mijn oudste zus zat op de AMS en de andere drie op de Calorschool. De twee oudsten vonden het spannend en verheugden zich op alles wat tieners bezig houdt. Nieuwe vrienden, uitgaan, andere kleren, avonturen.

Ik wilde niet, Ik wist zeker dat ik heimwee zou krijgen, net als mijn jongere broer.

En dat was ook zo. Het meest miste ik mijn kankantri.

 

Jaren later kwam ik terug. Mijn broer werd zestig. Een bigiyari.

 “Waar is mijn kankantri?!  Heb je hem omgekapt! “ vroeg ik hem geschrokken. Toen vertelde zijn zoon mij, dat het op een dag vreselijk onweerde en dat de bliksem in de boom sloeg. Zij zagen die als een fakkel branden en weg was hij.

Kurkdroog hout brandt fel. Ik huilde.....

Maar vuur heeft ook iets louterends, bedacht ik, mijzelf troostend.

En ik schreef een gedicht.

 

 

 

 

Mijn Kankantri.

 

mijn kankantri, je brede kruin getooid met nest

waar gieren zwieren rond je bladerdak

het bijennest als een camee onthult je lange hals

en eindeloos lange gestalte die als een reuzin

haar rok ontplooit in forse vouwen waar wij als kinderen

 nog vol vertrouwen te rusten lagen

 

ooit de tatoeages van vijf kindernamen gekerfd

in je stam groeiden gestadig mee

en toen na jaren weer terug in Suriname

wij blij verrast weer in je schaduw toevlucht zochten

waren wij kind weer tussen je verknochte plooienkleed

onder de hete tropenzon

 

ik weet nog goed die nachten in mijn bed dat ik

het raam uitstaarde naar je silhouet en in gedachten

jou daar roerloos steeds zag wachten

en in de verte hoorde ik weer rituelen en vreemde

zangen uit mystieke kelen en dof geroffel van de oerwouddrum

en in de ochtend lagen aan je voeten soms

porties rijst wat eieren of een fles rum

 

maar hoe sinister ook die tekens waren

nooit heeft de angst ons blind vertrouwen doen bedaren

jij was voor ons de grote geest die ons beschermde

en dat is altijd zo geweest wij keken naar je uit van verre

zagen tegen je op tot aan de sterren en wisten

dat je er altijd voor ons was

 

Mijn kankantri, wat was ik diep bedroefd  toen ik

na jaren weer terug op mijn vertrouwde grond

je trouwe reuzentorso niet meer vond

en werd verteld: een droge hete dag een donderslag

een bliksemschicht in middaglicht heeft onze reus geveld

 

mijn trouwe kankantri

net als mijn jeugd ben jij opeens voorbijgegaan

maar altijd in de nacht

is het of ik je nog op wacht zie staan

 

cat  8/3/2002

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl